Monumentaal werk voltooid

Het Romeinse recht is de basis voor het rechtssysteem van de meeste Europese landen. Al eeuwenlang beïnvloedt de Romeinse wetgeving, vastgelegd in het Corpus Iuris Civilis, het leven van honderden miljoenen mensen. Dat verklaart de behoefte in veel landen aan een vertaling van de bronteksten. Voor het Nederlandse taalgebied is het op 15 november zover: dan neemt minister Opstelten van Veiligheid en Justitie de laatste drie vertaalde delen van de uitgave in ontvangst.

Het Corpus Iuris Civilis geeft inzicht in de indrukwekkende rechtsgeschiedenis van Europa, die begint met de wetgeving van de Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565). Het Corpus is de motor achter de vorming van nationale rechtstelsels en stond model voor het Nederlands Burgerlijk Wetboek. Het vertalen van dit standaardwerk was het grootste juridische project van de afgelopen decennia.
De drijvende kracht en hoofdredacteur is prof.mr. J.E. Spruit, emeritus hoogleraar rechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Professor Jop Spruit en zijn collega’s in binnen- en buitenland werkten vijfentwintig jaar aan de monumentale reeks van twaalf delen. Met dit project willen de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Universiteit Utrecht bijdragen aan een beter begrip van de ontwikkeling van het recht in Europa en voorkomen dat de belangrijkste bron daarvan in de vergetelheid raakt.

Onmisbaar voor een goed begrip van hedendaags recht
De twaalf delen van het Corpus Iuris Civilis wordt uitgegeven door Amsterdam University Press in een kolommeneditie met de Latijnse en Nederlandse tekst naast elkaar. De serie is interessant voor juristen, historici, classici, theologen en voor alle anderen die zich betrokken voelen bij de antieke grondslagen van het recht en daarmee de Europese cultuur en samenleving.

Ars Aequi 17-11-2011

Reacties zijn gesloten.